Header logo
  • nl
  • en
  • nl
  • en
  • EPFL Impact Study (2014-15)

    login-bg
    openbaar_vervoer
    pubdom
    big-data

    EPFL_Logo  EPFL Impact Study (2014-15)

    Hoe bepalend is UEFA Champions League voor het Europese voetbal? De kalender is tot de nok toe gevuld, deels door de uitgebreide UEFA clubtoernooien, en de nationale competities moeten maar opschuiven. Bovendien kunnen de krachtsverhoudingen in die competities danig verstoord raken wanneer een club de enorme prijzengelden van de Champions League toucheert.

    Hypercube onderzocht de invloed van UEFA clubtoernooien op de nationale competities in opdracht van EPFL, de bond van Europese profcompetities.

    Onderzoek

    Voor dit onderzoek heeft Hypercube alle kalenders voor 24 nationale en alle Europese competities over elkaar heen gelegd, van 1992/93 tot en met 2013/14, met meer dan 200.000 wedstrijden. Daarnaast zijn de sportieve krachtsverhoudingen vergeleken met financiële gegevens en Europees prijzengeld over de periode 2007/08 tot en met 2013/14.

    UEFA clubtoernooien

    De Europese toernooien zijn door de jaren heen meermaals van format gewijzigd, en in het bijzonder in omvang toegenomen. Zo telde UEFA Champions League in het seizoen 1992/93 inclusief voorrondes slechts 82 wedstrijden, in 2013/14 waren dat er maar liefst 213. Alle veranderingen ten spijt, de toernooien zijn altijd gedomineerd door clubs uit de traditionele topcompetities: Engeland, Spanje, Italië, Duitsland en Frankrijk. Zo leverden zij in de onderzochte periode gemiddeld 7 van de 8 kwartfinalisten in de UEFA Champions League.

    Kalender

    UEFA clubtoernooien krijgen prioriteit op de kalender, nationale competities worden geacht plaats te maken. Dit heeft tot gevolg dat zij commercieel aantrekkelijke opties moeten laten schieten. En sommige moeten zelfs hun competitie eerder in de zomer aanvangen of de winterstop inkorten. Anderzijds, een wedstrijd gepland op een avond met UEFA Champions League ondervindt ook verminderde aandacht.

    Deze commerciële effecten hebben we per competitie onderzocht en ook teruggevonden in de data. In het algemeen geldt: hoe strenger de winter, hoe groter de impact.

    Prijzengelden en krachtsverhoudingen

    Er vormt zich een elitegroepje van clubs die de dienst uitmaken in Europa. Zij hebben zo’n voorsprong dat ze nauwelijks meer te achterhalen zijn.

    Het huidige systeem van prijzengelden bekrachtigt deze trend. Real Madrid verdiende in 2013/14 bijna € 60 miljoen aan prijzengeld in de UEFA Champions League, meer dan de hele begroting van Feyenoord. Ajax verdiende ongeveer € 20 miljoen, gelijk aan de hele begroting van een goede middenmoter in de Eredivisie.

    Ook is duidelijk dat, wanneer de clubs deze inkomsten goed aanwenden, dit van invloed kan zijn op de binnenlandse krachtsverhoudingen. De prijzengelden in de UEFA Europa League zijn veel lager, en alle overige clubs krijgen nog wat inkomsten uit solidariteit. Hypercube heeft onderzocht hoe het gehele systeem uitpakt.

    Belangrijke conclusie is dat grotere clubs meer baat hebben bij de Europese inkomsten dan kleinere clubs. Gemiddeld dragen de Europese inkomsten meer bij aan de begroting van Ajax (>10%) dan aan die van, zeg, FC Groningen (<5%). Dit betekent dat bestaande krachtsverhoudingen worden uitvergroot door de UEFA clubtoernooien. Het effect is het sterkst in middelgrote competities met één verzekerde plaats in de groepsfase van de Champions League.

    Met deze bevindingen kan de EPFL samen met UEFA en andere stakeholders opnieuw kijken naar de invulling van de kalender en de verdeling van de prijzengelden. Uiteindelijk staat de aantrekkingskracht van het voetbal op het spel: wanneer de krachtsverhoudingen te scheef komen te liggen, wie gaat er dan nog kijken?